Belastingregels

De Belastingdienst hanteert voor pensioenen de ‘omkeerregel’ (zie ook ‘Belastingregels voor uw pensioen’). Dit wil zeggen dat uw werknemer geen belasting betaalt over de pensioenopbouw, maar wel over de uitkering ervan als hij met pensioen is.

De bijdrage van de werkgever aan de pensioenregeling wordt niet tot het belaste loon gerekend. En de werknemersbijdrage mag van het bruto loon worden afgetrokken. Dat maakt de netto last van de werknemersbijdrage een stuk lager. De uitkeringen worden straks wel belast, maar vaak tegen een lager tarief. Vanaf de AOW-leeftijd geldt namelijk een lager belastingtarief dan daarvoor.

Fiscale grenzen pensioenopbouw

De pensioenkosten zijn onderdeel van de loonkosten. De loonkosten worden op uw winst in mindering gebracht voordat u belasting betaalt. Doordat de opbouw van pensioen fiscaal gunstig wordt behandeld lijkt het interessant om veel pensioen op te bouwen. Maar de Belastingdienst stelt grenzen aan de pensioenopbouw. Zoals:

  • De opbouw voor het ouderdomspensioen in een middelloonregeling is maximaal 1,875%.
  • Het maximum jaarsalaris waarover fiscaal gunstig pensioen kan worden opgebouwd is € 105.075 (per 1 januari 2018). Daarboven geldt de omkeerregel niet.
  • In veel pensioenregelingen is de pensioenleeftijd nu 68 jaar. Maar vaak mag de ingangsdatum van het pensioen worden vervroegd of uitgesteld. De uitkering wordt dan respectievelijk lager of hoger. De ingangsdatum van het pensioen mag uitgesteld worden tot uiterlijk vijf jaar na de AOW-leeftijd.

 

Partnerpensioen

Het partnerpensioen mag maximaal 70% van het ouderdomspensioen zijn. De maximale opbouw van het partnerpensioen is 1,16% in eindloonregelingen. Voor middelloonregelingen geldt een percentage van 1,313%.

Images - slider - pillar - only Pensioenkijker - DUTCH

Images - slider - pillar - only Pensioenkijker - DUTCH