Eerder met pensioen

In veel pensioenregelingen is het mogelijk om eerder met pensioen te gaan dan op de standaard pensioenleeftijd. Het pensioen wordt hierdoor lager. Hoeveel lager verschilt per pensioenregeling. Ook bouwt u minder pensioen op als u eerder stopt met werken.

Wanneer gaat u met pensioen?

In het verleden was de AOW-leeftijd 65 jaar, net als de pensioenrichtleeftijd. Maar we leven gemiddeld langer en de overheid heeft besloten de AOW-leeftijd in stapjes te verhogen. De AOW-leeftijd en de (fiscale) pensioenrichtleeftijd worden los van elkaar vastgesteld. De pensioenrichtleeftijd schuift met de AOW-leeftijd mee, afhankelijk van de levensverwachting, maar dan in stappen van een heel jaar ineens.

Als de pensioenrichtleeftijd van uw pensioenregeling 68 jaar is, kunt u waarschijnlijk toch eerder met pensioen. Mogelijk ontvangt u al eerder dan op uw 67e en 3 maanden AOW en wilt u dan ook al met pensioen.

Wilt u eerder stoppen, dan zijn er de volgende mogelijkheden:

  • U spaart geld om de periode tot uw pensioen te overbruggen. U kunt hiervoor uw eventuele tegoed uit een levensloopregeling (levensloopsparen bestaat sinds 2012 niet meer) of een andere spaarpot gebruiken. Daarnaast kunt u misschien wel gebruik maken van een andere overgangsregeling, zoals vut of prepensioen, of een extra spaarmogelijkheid in uw pensioenregeling.
  • U laat uw ouderdomspensioen eerder ingaan. Let op: uw pensioen wordt lager omdat het over een langere periode moet worden uitgekeerd én omdat u minder lang pensioen opbouwt. 

Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd vastgesteld aan de hand van de levensverwachting. Bereken bij de Sociale Verzekeringsbank uw verwachte AOW-leeftijd.

Images - slider - pillar - only Pensioenkijker - DUTCH

Images - slider - pillar - only Pensioenkijker - DUTCH