Begrippen U-Z

A-E F-J K-O P-T U-Z 0-9

Uitkeringsovereenkomst

Een uitkeringsovereenkomst is een overeenkomst tussen u en uw werkgever. De werkgever zegt toe dat op de pensioendatum recht is op een vaste pensioenuitkering, meestal gerelateerd aan het middelloon of aan het eindloon.

Uitruil
De mogelijkheid om het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger (of een eerder ingaand) ouderdomspensioen, of een deel van het ouderdomspensioen om te zetten in partnerpensioen.
UPO
Afkorting van Uniform Pensioenoverzicht, een overzicht dat u van uw pensioenuitvoerder ontvangt. Hierop staan alle actuele gegevens van het pensioen dat u tot nu toe heeft opgebouwd.
Verantwoordingsorgaan
Beoordeelt het handelen van het bestuur van het pensioenfonds en mag adviseren over diverse onderwerpen. Speelt een belangrijke rol in de medezeggenschap van het pensioenfonds.
Verevening pensioenrechten bij scheiding
Bij scheiding wordt het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tijdens het huwelijk verdeeld. Het is mogelijk andere afspraken te maken bij de scheiding.
Verzekeringsmaatschappij
Commercieel bedrijf waar een pensioenverzekering kan worden afgesloten.
Vroegpensioen
Pensioenregeling die ingaat vóór de AOW-leeftijd. 
VUT-regeling
Afkorting van Vervroegde Uittreding. Volgens deze regeling is er een uitkering bij uittreding voor de pensioendatum. De VUT is op vrijwillige basis. De aanspraak op VUT vervalt bij ontslag. De VUT komt sinds 2006 niet vaak meer voor.
Waardeoverdracht
Waardeoverdracht betekent dat u uw opgebouwde pensioenaanspraken meeneemt naar uw nieuwe pensioenuitvoerder, bijvoorbeeld als u van baan en daardoor van pensioenuitvoerder verandert.
Waardevast pensioen
Uw pensioenaanspraken zijn waardevast als ze jaarlijks worden verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee de prijzen in een bepaalde periode zijn gestegen of gedaald. Als het pensioen wordt verhoogd, heet dat toeslag.
Wachttijd
Periode waarin u moet wachten tot u mag deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever. De wachttijd is maximaal twee maanden, voor uitzendwerk zes maanden. Na afloop van de wachttijd krijgt u vaak met terugwerkende kracht pensioenaanspraken toegekend.
Weduwen-/weduwnaarspensioen
Nabestaandenpensioen dat na overlijden levenslang wordt uitgekeerd aan uw echtgenoot/echtgenote. Als u trouwt of gaat samenwonen ná pensionering, heeft uw partner geen recht op nabestaandenpensioen als u overlijdt.
Wezenpensioen
Het wezenpensioen wordt uitgekeerd aan de kind(eren) na overlijden van de ouders. Het gaat vaak om een halfwezenpensioen (er is nog één ouder in leven). Vaak stopt het wezenpensioen op 18- of 21-jarige leeftijd, maar als het kind studeert of arbeidsongeschikt is loopt de uitkering langer door (tot bijvoorbeeld het 27e jaar). Als beide ouders (verzorgers) zijn overleden, krijgen de volle wezen meestal een dubbel wezenpensioen.
Zelfstandige
Een zelfstandige is een persoon die niet in loondienst werkt.
ZZP-er
Zelfstandige zonder personeel. Een ondernemer die geen personeel in dienst heeft.