Begrippen P-T

A-E F-J K-O P-T U-Z 0-9

Partner
De persoon met wie u gehuwd bent of met wie u een geregistreerd partnerschap heeft. Samenwonenden worden bij sommige pensioenfondsen ook als partners beschouwd.
Partnerpensioen
Het pensioen na overlijden voor de partner die achterblijft. Het partnerpensioen wordt uitgekeerd vanaf de datum van overlijden.
Partnerpensioen op opbouwbasis
Bij een partnerpensioen op opbouwbasis bouwt u een aanspraak op. De aanspraak blijft bestaan als u niet langer aan de pensioenregeling deelneemt. Bij een partnerpensioen op opbouwbasis houdt de ex-partner na een scheiding recht op het partnerpensioen dat tot de datum van scheiding is opgebouwd, ook als u niet langer aan de pensioenregeling deelneemt. Het opgebouwde partnerpensioen kan op de pensioendatum ingeruild worden voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen als de partner daarmee instemt.
Partnerpensioen op risicobasis
Bij een partnerpensioen op risicobasis bent u verzekerd tegen het risico van overlijden zolang u deelneemt aan de pensioenregeling. Er is geen recht meer op een partnerpensioen bij overlijden als u geen deelnemer meer bent aan de pensioenregeling. Er is geen partnerpensioen op de pensioendatum, dus inruil is niet mogelijk. Op de pensioendatum of bij ontslag kunt u een deel van het ouderdomspensioen omruilen in een partnerpensioen.
Partnertoeslag AOW

Als uw partner de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt en u voor 1 januari 1950 bent geboren, dan heeft u mogelijk recht op de partnertoeslag AOW.

Pensioenbreuk
Het pensioen dat is opgebouwd bij het oude pensioenfonds wordt soms niet aangepast aan de prijs- en loonontwikkeling. Uw koopkracht op uw pensioendatum kan dan afnemen.
Pensioenbrief
Schriftelijke overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer, waarin met de werknemer een individuele pensioenovereenkomst wordt gesloten. Zie ook pensioenovereenkomst.
Pensioenclausule
De pensioenclausule bepaalt dat iemand het bereikte kapitaal alleen kan gebruiken voor de aankoop van pensioen.
Pensioendatum
De datum waarop volgens de pensioenregeling uw ouderdomspensioen ingaat.
Pensioenfonds
Een organisatie die zorgt voor de uitvoering van de pensioenregeling. Er zijn bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, en beroepspensioenfondsen.
Pensioengrondslag
De pensioengrondslag is het bedrag waarover uw pensioen wordt berekend. De pensioengrondslag bestaat uit het salaris min de franchise. De eigen bijdrage is vaak uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.
Pensioenleeftijd
De leeftijd waarop volgens de pensioenregeling uw ouderdomspensioen ingaat.
Pensioenovereenkomst
De overeenkomst tussen de werkgever en de werknemer waarin de pensioenafspraken zijn vastgelegd.
Pensioenpromotie
Een salarisverhoging waardoor het opgebouwde pensioen in een eindloonregeling aanzienlijk toeneemt. In veel pensioenregelingen is dit niet mogelijk doordat een knip (zie ‘knipbepaling’) of matiging wordt gehanteerd.
Pensioenreglement
Document waarin precies staat omschreven hoe de pensioenregeling in elkaar steekt, wat de rechten en plichten zijn van uzelf en de pensioenuitvoerder.
Pensioenuitvoerder
Een pensioenfonds, een premiepensioeninstelling of een levensverzekeraar.
Pensioenverevening
Bij scheiding wordt het ouderdomspensioen verdeeld.
Premie
Het bedrag dat de werkgever aan de pensioenuitvoerder moet betalen om het pensioen te financieren.
Premieovereenkomst
Een premieovereenkomst is een overeenkomst tussen u en uw werkgever. De werkgever zegt toe dat periodiek een vast bedrag aan premies wordt ingelegd voor de pensioenopbouw. De totale inleg aan premies vormen een kapitaal dat op de pensioendatum wordt ingezet voor de aankoop van uw pensioen.
Premiepensioeninstelling
Een pensioenfonds dat binnen de EER (Europese Economische Ruimte),  een premieovereenkomst mag uitvoeren.
Premievrije (pensioen)opbouw
Premievrije pensioenopbouw betekent dat u voor de opbouw van het pensioen geen premie betaalt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent.
Premievrije aanspraak
U heeft een premievrije aanspraak als u geen actieve deelnemer meer bent van de pensioenregeling. Het pensioen dat u hebt opgebouwd blijft als aanspraak staan, maar u betaalt niet langer premie.
Prepensioen
Prepensioen is niet meer mogelijk, maar kan nog wel gelden voor oudere werknemers. Prepensioen is een tijdelijk ouderdomspensioen dat voorafgaand aan het levenslange ouderdomspensioen wordt uitgekeerd.
Reserveringsruimte
De reserveringsruimte is een bedrag dat in de inkomstenbelasting als aftrekpost van betaalde lijfrentepremies voor pensioen kan worden opgevoerd als in de afgelopen zeven jaar te weinig pensioen is opgebouwd. De reserveringsruimte is het totaal van de nog niet gebruikte jaarruimtes over de afgelopen zeven jaar.
Risico partnerpensioen
Zie ‘partnerpensioen op risicobasis’.
Scheiding
De echtscheiding, scheiding van tafel en bed en verbreking van het geregistreerd partnerschap.
Slaper
Een deelnemer die niet langer pensioen opbouwt bij een pensioenuitvoerder en nog niet de pensioenleeftijd bereikt heeft is een slaper, ook wel gewezen deelnemer genoemd.
Streefregeling
Bij een streefregeling zegt de werkgever toe dat bij de pensioenopbouw wordt gestreefd naar een bepaald pensioenniveau. Dat pensioen wordt niet gegarandeerd. Uitgangspunt voor de pensioenregeling is een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst. Er wordt bijvoorbeeld gestreefd om een bepaald percentage van het loon op te bouwen.
Tijdelijk ouderdomspensioen

Een tijdelijk ouderdomspensioen of een overbruggingspensioen is een regeling die ingaat voordat u de pensioenleeftijd bereikt. U bouwt een tijdelijk ouderdomspensioen of een overbruggingspensioen op voor de overbrugging van een periode waarin uw pensioen tijdelijk lager is. Dat is bijvoorbeeld bij een  pensioen dat eerder ingaat en duurt tot aan uw AOW-leeftijd.

Tijdelijk partnerpensioen
Een tijdelijke verhoging van het partnerpensioen die meestal eindigt op de pensioenleeftijd. Met de verhoging kunnen een hoger belastingtarief, hogere sociale premies en het gemis aan Anw-uitkering gecompenseerd worden vóór de AOW-leeftijd.
Tijdelijke oudedagslijfrente
Deze lijfrente zorgt voor een aanvulling op uw pensioen voor minimaal vijf jaar. De uitkering stopt bij het overlijden van de belastingplichtige en is aan een maximum gebonden. Als u de premie fiscaal hebt afgetrokken, mag de uitkering alleen aan u plaatsvinden.
Toeslag
Het pensioen wordt verhoogd naar aanleiding van een prijsstijging of loonontwikkeling, ook wel indexering genoemd. Dit geldt voor het opgebouwde pensioen van deelnemers, het opgebouwde pensioen van slapers en het pensioen dat al wordt uitbetaald aan gepensioneerden. Er zijn bijna altijd bepaalde voorwaarden aan toeslagverlening verbonden. Zo wordt er niet of minder toeslag uitgekeerd als er niet voldoende geld is.
Toetredingsleeftijd
De leeftijd waarop u volgens de pensioenregeling mag meedoen aan de pensioenregeling. De toetredingsleeftijd is maximaal 21 jaar.